De Stenen Muur van Lekkerkerk

De eerste muur dateert waarschijnlijk uit 1653.
De opzet was niet zozeer de rivier buiten te houden, als wel grondafkalving tegen te gaan.

Op 26 januari 1760 liep de Krimpenerwaard geheel onder. Er waren twee dijkdoorbraken bij Bergstoep, westelijk van het veer, die veroorzaakt werden door kruiend ijs. Er ontstond een wiel / waal van 24 meter diep! Later werd de Lekdijk om dit wiel heen gelegd, zodat hij buitendijks bleef. De dijkbreuken hadden een breedte van 26 en 53 meter. Hiertussen bleef een stuk dijk van 8 meter breed aanvankelijk staan, maar dat bezweek enkele dagen later ook, waardoor één groot gat ontstond. Zo'n twee weken na de dijkdoorbraak stond het water te Krimpen aan de IJssel  9 voet hoog (2.82 m); in Ouderkerk en Berkenwoude 8 voet (2.51 m) en te Bergambacht 7 voet (2.20 m).Het gat in de dijk werd op 12 februari 1760 opgemmeten: het was 25 roeden (94 meter) wijd.

In datzelfde jaar 1760 werd in Lekkerkerk een muur van ijsselsteen gebouwd ter lengte van 105 roeden (386 meter). Vermoedelijk bestonden de fundamenten uit houten palen of slieten (afgehouwen, dunne stammen hakhout).

Als gevolg van verzakkingen vergde de muur veel onderhoud. Daarnaast werden steeds hogere eisen aan de muur gesteld, waardoor versterkingen en renovaties noodzakelijk werden.

In 1788 werd de muur geheel hersteld: over de kosten werd flink geruzied. De Lekkerkerkers vonden dat de gehele Krimpenerwaard moest mee betalen aan de kosten van herstel en zij kregen uiteindelijk gedeeltelijk hun zin.

In de jaren 1891 t/m 1893 vond opnieuw een algehele restauratie van de stenen muur plaats, waarbij de muur tevens werd verhoogd.

De muur bleef veel onderhoud vergen: in de jaren 1901, 1905, 1906 en 1908 vonden aanzienlijke onderhoudswerkzaamheden plaats. In 1921 werd de gehele dijkkruin een grindweg, terwijl in de bebouwde kom van Lekkerkerk klinkerbestrating op de dijk werd aangelegd.

Tijdens de watersnoodramp van 1953 bereikte het water in de Lek een hoogte van 3.78 meter boven NAP. De stenen muur (inclusief het opgemetselde gedeelte) had een hoogte van 4.20 meter.

Na 1953 werden dijkverhogingen uitgevoerd, vooruitlopend op de Deltawet  van 1958.


De stormvloedkering bij Krimpen aan de IJssel was het eerste bouwwerk dat in het kader van de deltawerken gereed kwam. De naastliggende brug werd op 22 oktober 1958 geopend en kreeg de naam Algerabrug, genoemd naar de twaalf dagen daarvoor afgetreden Minister van Verkeer en Waterstaat J. Algera. Pas op 4 november 1977 werd de tweede reserveschuif geplaatst.

In 1987/1988 vonden de voorlopig laatste ingrijpende werkzaamheden aan de Stenen Muur plaats. Er werd een keerwand opgestort, waardoor de bovenkant van de wering zich thans 5 m boven NAP bevindt.