DE KRIMPENERWAARD VROEGER

Geschiedenis

Ik kan me goed voorstellen dat de geschiedenis van de  Krimpenerwaard u bij nader inzien evenveel interesseert als de paringsgewoonten van de Blauwe Reiger (Ardea cinerea).
In dat geval klikt u gewoon
hier.

Zo, dan hebben nu alle geschiedbarbaren ons verlaten, en zijn alleen u en ik nog over!
De geschiedenis dus...

Ophaalbrug over de Tiendeweg in StolwijkTen  tijde van het Holoceen (zo'n 10.000 jaar geleden) werd het landschap van de  Krimpenerwaard gevormd. Later ontstond in dit gebied ook een groot veenmoeras,  waarvan we het oppervlakteveen ook nu nog in de gehele Krimpenerwaard aantreffen (dit tot grote vreugde van de bestratingsbedrijven, die hier, als gevolg van de  vele verzakkingen, goede zaken doen). Deze veenlaag, die bestaat uit resten van  bomen (voornamelijk elzen, wilgen en essen), struiken, planten en mos, is op sommige plekken zo'n tien meter dik.
Op enkele plaatsen in de Krimpenerwaard  steken zandheuvels door het veen heen. Deze plekken, donken, liggen iets hoger  dan de omgeving en waren daardoor populaire bouwplaatsen. Op zo'n heuvel ligt  het oudste deel van Bergambacht; daar werd eerst een kapel gebouwd en later de
Sint Laurentiuskerk.

In het jaar 944 stond de Krimpenerwaard nog te boek als Lacke  et Isla (Lek en IJssel). Later werd de streek bekend als Nederweert van Crympen en Crympenrewairt. Via Crimpenrewaart ontwikkelde de naam zich uiteindelijk tot Krimpenerwaard.

In datzelfde jaar 944 schonk Keizer Otto I de Grote van  Duitsland (912 - 973) de landstreek rond Lek en IJssel aan de kerken van St. Maarten (De Domkerk) en St. Salvator te Utrecht. Otto was toen overigens nog 'slechts' koning: pas in 962 werd hij door de paus tot keizer van het Duitse  Rijk gekroond.

Tot ongeveer 1000 jaar geleden was het gebied, vanwege de  steeds terugkerende wateroverlast, slechts dun bevolkt door mensen die zich  bezig hielden met zaken als jagen en vissen. Ook kwam op bescheiden schaal landbouw voor.
Het grote moerasbos, dat de Krimpenerwaard zo'n 10 eeuwen  geleden nog was, lag aanmerkelijk hoger dan het waterpeil van de omringende  rivieren. Door het graven van afwateringsgangen (sloten) kwam het moeras droog  te liggen. Door de ontwatering klonk het veen in en zakte het gebied na verloop van tijd tot onder de waterstand van de rivieren.
In die tijd werden de eerste dijken om de Krimpenerwaard heen gelegd.

In de  Krimpenerwaard zijn geen sporen gevonden die wijzen op bewoning van enige betekenis vóór het jaar 1000. Er zijn weliswaar bij Ouderkerk aan den IJssel een zestal Romeinse munten gevonden die dateren uit het begin van de 4e eeuw, maar historici en archeologen trekken uit die vondst niet de conclusie dat het gebied werd bewoond. Ook enkele bij Schoonhoven gevonden scherven van Romeins aardewerk wijzen niet noodzakelijkerwijs op bewoning in de tijd van de Romeinen.

Aan het begin van het tweede millennium behoorde de  Krimpenerwaard dus toe aan het Bisdom Utrecht. Het gebied werd inzet van  verschillende twisten en hevige strijd en verwisselde van eigenaar. In 1064 werd  het gebied door Koning Hendrik IV van het Duitse Rijk opnieuw geschonken aan het Bisdom Utrecht. Deze Hendrik stond tot 1065 nog wel onder regentschap van zijn  moeder.

In de periode 1000 - 1300 werd begonnen met het ontginnen van de Krimpenerwaard.
Bij de ontginning van de wildernis die de Krimpenerwaard in de elfde eeuw nog was, werd toegepast het systeem van de "cope". Dit was een overeenkomst tussen de landheer en de ontginners, waarin zaken waren vastgelegd als de omvang van het te ontginnen gebied en de later daarover te betalen belasting.
De ontginning vond plaats in de periode 1000 – 1300 en begon vanuit een nieuw gegraven watergang of vanuit de rivieren Lek, Hollandse IJssel en Vlist  
Het te ontginnen stuk land had doorgaans een lengte van zes voorling (circa 1250 meter). Sloten werden zoveel mogelijk haaks op de ontginningsbasis gegraven, om de waterafvoer zo effectief mogelijk te laten zijn.
Aan de achterzijde van het ontgonnen land werd een kade opgeworpen om het water van de nog niet ontgonnen gronden te weren.
Aan de kop van de kavel werd de boerderij gebouwd.
Het systeem van de cope werd veelvuldig toegepast in zowel de Krimpenerwaard als de Lopikerwaard. Namen als Benschop, Willeskop, Papekop en Galecop herinneren daar nog aan

Rond de dertiende en veertiende eeuw ging men over van de  verbouw van granen naar hennep.
Later werd de veeteelt een belangrijke bron  van inkomen voor de bewoners van de Krimpenerwaard. Typerend voor veel dorpen in de Krimpenerwaard was de lintbebouwing: langgerekte dorpen strekten zich uit langs riviertjes of afwateringen van ontgonnen landschap. Later ontstaan ook dorpen rond de kerken.

In de winter van 1421-1422 was de stand van de rivieren zo hoog, dat de Lekdijk tussen Lekkerkerk en Krimpen aan de Lek doorbrak (de Sint Elizabethsvloed). De Krimpenerwaard stroomde grotendeels onder en het duurde drie jaar voordat al het water weer was verdwenen. Achter de plaats van de toenmalige dijkdoorbraak, ligt het huidige gebied Bakkerswaal,  waar zich een
eendenkooi bevindt.

In 1430 gaven Philips van Bougondië en Jacoba van Beieren een handvest, waarin de grondslag van het beheer van de Krimpenerwaard werd geregeld. Zo ontstond het Hoogheemraadschap van de Krimpenerwaard, het oudste hoogheemraadschap van Nederland.

Enkele jaartallen uit de geschiedenis van  de Krimpenerwaard 

Klik hier voor een overzicht van een aantal opmerkelijke jaartallen uit de  geschiedenis van de Krimpenerwaard, vergeleken met gebeurtenissen elders in de  wereld.

Het  streekarchief

In het Streekarchief Krimpenerwaard, Koestraat 74, 2871 DS te Schoonhoven kunt u de archieven vinden van de gemeenten Bergambacht, Nederlek, Krimpen a/d IJssel, Ouderkerk, Schoonhoven en Vlist.
Ook het archief van het Hoogheemraadschap van de Krimpenerwaard is hier aanwezig.

Eveneens worden hier bewaard de doop- trouw- en begraafregisters  daterende van voor de invoering van de burgerlijke stand, de oud-rechterlijke  archieven van de aangesloten gemeenten en enkele kerkelijke archieven.

Het archief beschikt over een studiezaal die voor burgers geopend is van  dinsdag tot en met vrijdag van 09.00 tot 12.30 uur en van 13.30 tot 17.00 uur, donderdag ook van 19.00 tot 22.00 uur (behalve in de maanden juli en augustus).
Telefoon: 0182 - 38 43 98.