Molengang Vlist

Waterreservoir De Hooge Boezem

Voor de polders, zuidelijk van Haastrecht, was het riviertje De Vlist tot het eind van de 15e eeuw de enige boezem. In 1486 werd besloten een tweede boezem aan te leggen. Steeds hoger wordende waterstanden op de rivieren en een daling van het maaiveld maakten dat noodzakelijk.

Hierom werd aangekocht 'De Grote Hofkamp', een gebied pal ten oosten van de Vlist. Deze boezem was bedoeld om te dienen als verzamelplaats voor water, in gevallen dat het water in de Hollandsche IJssel te hoog stond om te kunnen lozen. Omdat het waterpeil in deze nieuwe boezem hoger was dan dat van de Vlist, kreeg deze boezem de naam De Hooge Boezem. De aangelegde Hooge Boezem werd begrensd door de IJsseldijk, de Zijdwinde, de Vlist en de Langerakse kade. De grootte beliep aanvankelijk 52 morgen. (een morgen was oorspronkelijk de hoeveelheid grond die in één morgen kon worden omgeploegd. Waarschijnlijk is een morgen hier ongeveer ¾ hectare). Toen de oppervlakte in 1665 opnieuw werd opgemeten, bleek de grootte 60 morgens en 364 roeden.

Uitgewaterd werd via de Oosterse sluis. Later werd nog een sluis aangelegd, de Westerse Hooge Boezemsluis. Tussen de Vlist en de Hollandsche IJssel was al in de twaalfde eeuw (!) een afwateringskanaal gegraven: de Grote Haven in Haastrecht. Het water werd geloosd via de havensluis. Deze bleef bestemd voor de rechtstreekse, vrije uitwatering op de IJssel. Deze sluis gaf ook doorvaart aan wat kleinere schepen. Deze sluis werd gedicht in 1908 en de Grote Haven werd gedempt in 1969.

Molengang Vlist

Achtereenvolgens werden de volgende molens gebouwd:

1449: Bonrepas en Noord-Zevender (wipmolen) (Volgens een kaart uit 1555 stond deze molen aan de Vlist bij de Koeneschansbrug, dus aan de andere kant van de Bonrepas. Deze plaats was wegens de omringende bomen en bebouwing niet echt geschikt, zodat een nieuwe molen werd gebouwd, ten oosten van de oorspronkelijke plek. In 1600 werd deze molen verplaatst (nieuw gebouwd?) naar de plaats aan de Bonrepas waar molenaar Jan van Rijswijk hem nog altijd bemaalt.

1450: Vlist-Oostzijde De polder Vlist-Oostzijde maalde sinds het midden van de vijftiende eeuw met een eigen schepradmolen op de Vlist. Pas in 1935 werd de molen vervangen door een gemaal.

 

1450: Vlist Westzijde met Hoog-Bilwijk en Agterpoort. De polder Vlist-Westzijde maalde ook uit op de Vlist. Een wipwatermolen met scheprad stond op grondgebied van Hoog-Bliwijk. In 1929 werd, deels op de fundamenten van de oude molen, een dieselpomp met machinistenwoning geplaatst. In 1942 ging deze molen over op electra. Polder Agterpoort bemaalde ook op de Vlist Dit gebeurde met een windwatermolen met scheprad.
Deze molen brandde in 1874 af, maar werd op dezelfde plek herbouwd. In 1917 werd de molen vervangen door een electrisch gemaal.

1454: Lopik

1469: een tweede molen voor Lopik

1486: de eerste molen van Willige Langerak

(Deze molens bestaan inmiddels geen van allen meer; sommige werden, al dan niet op een andere plaats, herbouwd in latere jaren.)

Een en ander bleek echter niet afdoende: de Vlistbodem verzandde steeds meer en het peil op de Hollandsche IJssel steeg. Daarom werd in 1486 bovenbeschreven waterreservoir de Hooge Boezem aangelegd.

1487: de Bachtenaar van Bergambacht

1520: de derde molen van Lopik

1569: de tweede molen van Willige Langerak

(Ook deze molens zijn inmiddels gesloopt of vervangen).

Halverwege de zeventiende eeuw waren in de Krimpenerwaard 59 schepradmolens actief. Daarvan is er nu nog slechts één over, de Bonrepas-molen te Vlist. Omstreeks 1850 waren in de twintig polders van de Krimpenerwaard 62 molens werkzaam.

De Hooge Boezem telde uiteindelijk zeven bovenmolens, oostelijk van de Vlist. Verder waren er tien ondermolens, die uitmaalden op de lage boezem.

 

Al deze windmolens waren -uiteraard- afhankelijk van wind. Als het toevallig niet waaide bij hoge waterstanden, kon er niet worden gemalen en liep land toch onder water. De komst van stoomgemalen vormde de oplossing voor dit probleem en luidde tevens het einde in van de windmolen.
In 1871 kwam een eind aan het grote belang van de Vlister Molengang: in dat jaar werd het stoomgemaal S.I. van Nooten gebouwd. Zie hiervoor de bladzijde over
gemaal De Hooge Boezem.

De bovenmolens aan de Oost-Vlisterdijk zijn allen afgebroken. Alleen kleine heuveltjes met de fundamenten, vormen nog lichte hobbeltjes langs de rechter-oever van de Vlist…

Historische kaart, getekend door Ir.W.H. Feteris.
De kaart is gebaseerd op een topografische kaart van W.F.J den Uyl en op historische kaarten van de Lopiker- en Krimpenerwaard

  1. De eerste hogeboezemmolen of 'Seychmolen'

  2. De tweede molen

  3. De derde molen

  4. De vierde molen

  5. De vijfde molen

  6. De zesde molen

  7. De zevende molen

  8. De watermolen van de Westzijde van de Vlist en Hoog Bilwijk

  9. De 'molen van Hol '

10. Watermolen Beneden Haastrecht

11. Watermolen van den Achterpoort

Bronnen:
Het Zuid-Hollands Erfgoed: Gemalen, een uitgave van De Provincie Zuid-Holland
De Lopikerwaard, deel II, de waterschappen, door WFJ den Uyl
De Krimpenerwaard door CL van Groningen, een uitgaven van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg te Zeist
Water en Waarden, een uitgave tgv de opening van het bezoekerscentrum van Gemaal De Hooge Boezem
Het Vlistboek, door Cor van Someren