Eendenkooien in de Krimpenerwaard

Algemeen

De eendenkooi is een stuk land en water, ingericht om wilde eenden te vangen. Het is voorzien van een stelsel van bochtige en nauwe sloten (pijpen), door een haag of heining omgeven, waarin een partij roep- of kwaakeenden als lokvogel dienen. Het kooibedrijf is opgenomen in de Flora- en faunawet en moet voldoen aan wettelijk vastgestelde bepalingen voor het vangen van in het wild levende eend-achtigen.

De eendenkooi als zodanig is in de 13e of 14e eeuw in Holland uitgevonden. De kooi bestaat uit een plas, waarop n of meer sloten (vangarmen of pijpen) uitkomen. Aan het eind van de pijp bevindt zich een fuik.
De plas is omgeven door struiken en bomen, die intussen vaak zijn uitgegroeid tot een kooibos. Rond de kooi ligt een stiltegebied.

Het kooikerhondje speelt bij de vangst een belangrijke rol: door te blaffen jaagt hij de eenden de vangpijpen en vervolgens de fuiken in. De kooiker (dat is de beheerder van de kooi) weet vervolgens wel raad met de gevangen eenden. Poeliers in de wijde omgeving behoren tot zijn klanten...

Men maakt onderscheid tussen zomerkooien (hier wordt vr 1 november gevangen) en winterkooien (waar de vangst n 1 november plaats vindt).

In het verleden besteedde de kooiker vaak slechts een deel van zijn tijd aan de kooi: daarnaast had hij andere bezigheden, doorgaans als boer.
Het kooibedrijf werd veel minder populair, toen de stoomgemalen hun intrede deden, als gevolg waarvan het waterniveau in de polders veel beter beheerst kon worden. Het waterpeil daalde, waardoor gebieden in het midden van de Krimpenerwaard te droog werden voor de eenden.

Vroeger dienden de gevangen eenden uitsluitend als consumptie, tegenwoordig wordt de kooi tevens gebruikt voor wetenschappelijke doeleinden.

Eendenkooien in de Krimpenerwaard

In de Krimpenerwaard bestaan nog vier eendenkooien: Bakkerswaal bij Lekkerkerk (1), de Stolwijkse kooi bij Haastrecht (2), Kooilust bij Berkenwoude (3) en Nooitgedacht (of de kooi van Verstoep) (4), eveneens bij Berkenwoude.

Kooilust
Dit is een vierpijps zomerkooi.

Nooitgedacht
Ook wel genoemd de kooi van Verstoep.
Een vijfpijps winterkooi.

Bakkerswaal Schuwacht 232, 2941 EK Lekkerkerk Tel. 0180 66 18 31

De wiel of waal, waarnaar deze kooi is genoemd, is waarschijnlijk ontstaan bij de
St. Elizabethsvloed van 1421. De Lekdijk rustte hier op een slappe ondergrond die werd weggedrukt door de rivier, als gevolg waarvan de dijk wegzonk. Omdat de dijk pas in 1430 werd hersteld, kon het wiel steeds groter worden.
De wielkooi in de Bakkerswaal heeft zeven pijpen. Het is een winterkooi..

Stolwijk, eendenkooi

De Stolwijkse of Stolkse kooi
Gelegen tussen de Schenkelkade en de Bilwijkerweg, tussen Haastrecht en Stolwijk.
Vroeger werd deze kooi ook wel de Vlisterkooi, Bilwijkerkooi en Van der Marckkooi genoemd. Die laatste naam komt van J.W.D.C. Marck uit Enschede, die in 1911 eigenaar werd van deze eendenkooi.
Dit is een kleine zomerkooi met slechts enkele vangpijpen

Flora- en faunawet van 1998

Afdeling 6. Eendenkooien

Artikel 56

1.Eendenkooien die voldoen aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels en die op 1 april 1984 waren geregistreerd, worden op verzoek van de eigenaar elke vijf jaar opnieuw geregistreerd. 2.De in het eerste lid bedoelde registratie, waarvan een bewijs wordt verstrekt, geldt voor vijf jaar, en wel van 1 april tot 1 april.

Artikel 57

Bij de registratie worden tevens geregistreerd de naam en het adres van de houder of houders van een kooikersakte, die volgens opgave van de eigenaar als kooikers zullen optreden.

Artikel 58

Gedurende het tijdvak waarin de jacht op eenden ingevolge het bepaalde krachtens artikel 46 is gesloten, is het verboden een geregistreerde eendenkooi vangklaar te houden.

Artikel 59

1.Onze Minister stelt het opschrift vast dat dient te worden aangebracht op de palen waarmee de eigenaar van een geregistreerde eendenkooi de ingevolge zijn recht op afpaling bestaande afpalingskring van die kooi kan afpalen.
2.Het is ieder ander dan de kooiker van een geregistreerde eendenkooi of degene die handelt met toestemming van die kooiker, verboden binnen de afpalingskring van die kooi handelingen te verrichten waardoor eenden binnen de afpalingskring kunnen worden verontrust.
3.Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing op handelingen verricht ter uitvoering van openbare werken noch op handelingen verricht bij het gebruik en onderhoud van hetgeen door die werken is tot stand gebracht, noch op handelingen verricht ter uitoefening van beroep of bedrijf, indien redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat de handelingen niet of op andere wijze dan wel op een ander tijdstip kunnen worden verricht.
4.Degene die opdracht heeft gegeven tot uitvoering van de in het vorige lid bedoelde openbare werken, is verplicht de schade, welke uit de daartoe noodzakelijke handelingen voor het gebruik van de eendenkooi voortvloeit, aan de benadeelde te vergoeden.
5.Het verbod, gesteld in het tweede lid, geldt niet, voorzover op 1 april 1977 een recht op afpaling niet bestond.